Categorie: Carousel

Items welke in de carousel komen

  • PRIJSUITREIKING | And the winners are…

    PRIJSUITREIKING | And the winners are…

    Zondagavond 26 juni om 19.00 uur werden de Gouden Duimen uitgereikt. De prijzen gingen naar Sandrine Hermans (I’m Deaf and I Didn’t Know) en William Mager (My Song).

    Sandrine Hermans kon niet bij de prijsuitreiking zijn omdat ze met de Thalys van 19.00 uur terugreisde naar Parijs. De festivalorganisatie is haar met de Gouden Duim voor Beste Lange Film achterna gereisd en overhandigde haar de prijs op spoor 15. Ook fotograaf Bob Bronshoff was erbij, hij legde het moment vast. William Mager nam de Gouden Duim voor Beste Korte Film op het podium in de foyer van Het Ketelhuis in ontvangst.

    TOP 20 Publieksenquête Deaf in the Picture
    1. My Song 1,82
    2. Ingelore 1,76
    3. I’m Deaf and I Didn’t Know 1,72
    4. Onbeperkt 1,68
    5. Wild Dogs 1,67
    6. Poes Bal Dobber 1,60
    7. Doof!Generatiekloof? 1,41
    8. Fairytale of London Town 1,30
    9. Vergeten geluiden 1,30
    10. The Gift 1,29
    11. Hands Solo 1,25
    12. Slow Down 1,20
    13. Coming Home 1,14
    14. Departure Lounge 1,04
    15. Gerald 1,00
    16. All Day 1,00
    17. 50/50 0,96
    18. Anders.se 0,90
    19. The Deaf Man 0,79
    20. Open Your Eyes 0,67

     

    Foto: Bob Bronshoff

  • VERSLAG | Filmgeschiedenis vs dovengeschiedenis

    VERSLAG | Filmgeschiedenis vs dovengeschiedenis

    In de studiemiddag op zaterdag 25 juni sprak Tony Bloem, programmeur van Deaf in the Picture, over parallellen in de geschiedenissen van film en gebarentalen.

    van onze Redactie

    Sinds de emancipatie van doven zijn veel parallellen te herkennen tussen gebarentalen en filmtalen. Kort nadat bij de omstreden Resolutie van Milaan in 1880 gebarentaal was verboden en het oralisme verplicht, werd in Parijs de film uitgevonden door de gebroeders Lumière. Nog geen twee decennia later bleek het medium een perfect protestmiddel voor de onderdrukte dovenwereld.

    Politiek filmpamflet
    In 1913 kwamen Amerikaanse dovenorganisaties in opstand tegen het oralisme dat hen sinds 1880 was opgelegd. Ze zamelden geld in, kochten een camera en maakten de korte film The Preservation of Sign Language, een filmpamflet dat zich afzet tegen de Resolutie van Milaan. In een bevlogen toespraak zegt George W. Veditz, de voorzitter van de Amerikaanse Dovenassociatie, geparafraseerd: ‘Dove vrienden, we weten dat l’Épee inmiddels is overleden en begraven in Marseille. Hij heeft goed werk verricht voor doven, en we hopen dat jullie hem allemaal met respect herdenken. En kijk nu eens naar de valse profeten van het oralisme die gebarentaal willen verbieden. We moeten in opstand komen en gebarentaal koesteren. Dan kunnen dove mensen sterk worden en zich verenigen. Gebarentaal is een gift van God aan de dove mens.’ Vanwege het vooruitstrevende gebruik van het medium film en de historische betekenis die de film later kreeg, werd Preservation of Sign Language vorig jaar opgenomen in het filmregister van de nationale bibliotheek van de Verenigde Staten.

    Film als museumstuk
    Wat verder in de tijd, naar 1900. Het oralisme viert hoogtij, in Nederland vooral bij het katholieke doveninstituut in het Brabantse St. Michielsgestel. Halverwege de 20e eeuw, toen alleen de oudste generatie nog gebarentaal gebruikte, kwam ineen het besef: straks is deze taal helemaal verdwenen. Er werd besloten om gebarentaal te preserveren door er een film over te
    maken. In diezelfde periode kwam een nieuwe filmstroming op: de Hollandse Documentaire School, met regisseurs als Bert Haanstra (Glas, 1958) en Herman Horst (Prijs de zee, 1959). Binnen dat genre past ook Stervende taal (1955) van Wim van der Velde, waarin drie ouderen gebarentaal uitleggen nadat een statische voice-over, hoe ironisch, het belang ervan benadrukt: ‘Als we moeten leven in deze wereld, zonder stem, zonder muziek, zonder lawaai, hoe kunnen we er dan aan deelnemen? Als de stilte die gewone wereld voor ons afsluit, als we nooit een woord of klank hebben gehoord, hoe kunnen we ons dan verstaanbaar maken? Ook dan komt het gebaar te hulp om het isolement te doorbreken.’

    Nooit vergeten
    Anno 2011 kunnen we gelukkig constateren dat veel in positieve zin is veranderd voor de dovengemeenschap. Gebarentalen floreren en er zijn dovenfilmfestivals over de hele wereld. Maar omdat we nooit mogen vergeten dat daar hard voor is gevochten, is een archief ingericht met voorlichtingsfilmpjes over dovenonderwijs van vroeger: www.openbeeld.nl.

  • CONCLUSIE | Dovencinema heeft geen eigen filmtaal

    CONCLUSIE | Dovencinema heeft geen eigen filmtaal

    Filmen doven anders dan horenden? Daarover ging het vrijdag 24 juni tijdens een studiemiddag over filmesthetiek. Filmcriticus André Waardenburg hield een onverbiddelijk betoog.

    van onze Redactie

    Na 48 uur lang dovenfilms kijken, weet NRC-recensent André Waardenburg het zeker: ‘Als het gaat over filmesthetiek, bestaat er niet zoiets als dovencinema.’ Terwijl een internationale en een Nederlandse tolk om de pratende André heen gebaren en een schrijftolk lustig typt, kijkt het (grotendeels dove) publiek hem verbouwereerd aan.

    Emotie in een close-up
    ‘Dovenfilms zitten vol met conventies’, zo start André zijn betoog. ‘Ze grijpen vaak terug naar de stille film, wat zich bijvoorbeeld uit in een expressieve acteerstijl. De tussentitels die in zwijgende cinema heel gangbaar waren, zijn in dovenfilms vervangen door ondertitels. En dan is er nog shotgrootte.’ André legt uit: ‘In traditionele filmtaal praat je over een totaalshot, dat een personage van top tot teen toont, een medium shot, van middel tot hoofd, en de close-up. Doorgaans volgen die elkaar op naarmate emotie toeneemt. Je zou denken dat de close-up in deaf cinema niet voorkomt, maar ik zag het juist heel vaak. Dat is helemaal niet gek, want emoties worden in een close-up goed getoond. Wat je in een close-up verliest aan gebarentaal, win je aan gezichtsuitdrukking.’

    De kunst van het weglaten
    Een andere filmtaal die André in veel dovenfilms herkent is die van Europese arthouse. Volgens André volgen veel dovenfilms dezelfde esthetische regels, en zetten de makers zich op dezelfde manieren af tegen Hollywood. Ter illustratie toont André Deafness, een korte dialoogloze film van de Oekraïense regisseur Myroslav Slaboshpytskiy. In eerste instantie lijkt de film door het gebrek aan dialoog af te wijken van ‘horende films’, maar volgens André volgt het exact de regels van Europese arthouse. In de film zien we een jongen die in een auto wordt belaagd door politie-agenten. We zien geworstel en monden bewegen; er wordt iets gezegd maar zowel de doven als de horenden in de zaal weten niet wat. André: ‘Een typische truc uit kunstzinnige films: niet alles laten zien. De beelden, gezichtsuitdrukkingen en universele gebaren tonen net genoeg om dat zelf in te kunnen vullen. Het is de kunst van het weglaten, en een heel Europese manier van vertellen.’

    Zo oud als cinema zelf
    Een poging zich te onderscheiden als dove filmmaker, deed Wayne Betts vorig jaar tijdens een TEDx-conferentie. In dit filmpje zie je hoe hij claimt nieuwe filmregels te hebben bedacht. Maar André betwijfelt dat. ‘Wayne Betts zegt dat hij vernieuwend werkt door bijvoorbeeld altijd oogcontact te houden tussen de personages, maar dat is een eeuwenoude filmregel. Het heet eyeline match, en als dat niet goed wordt gedaan, weet je überhaupt niet waar je moet kijken. Het is filmtaal zo oud als cinema zelf. Het enige nieuwe is dat Wayne Betts het met een steady cam doet.’

    Tot slot laat André The Deaf Man zien, een korte film van regisseur David Kurs over een dove man die door een verteller achter de camera wordt becommentarieerd. Het is een film over vooroordelen, en het gebruik van zwart-wit staat symbool voor de twee verschillende werelden van doven en horenden. André is onder de indruk. ‘Maar is dit een mooi voorbeeld van dovencinema?’, vraagt hij. ‘Ik zou zeggen: het is een mooi voorbeeld van experimentele cinema.’

  • SPECIAAL | Louis Neethling op Deaf in the Picture

    SPECIAAL | Louis Neethling op Deaf in the Picture

    Een filmblok op Deaf in the Picture stond geheel in het teken van Louis Neethling. Drie van zijn korte films werden vertoond. De regisseur was aanwezig en participeerde na afloop in een Q&A sessie.

    Louis Neethling was acht jaar geleden ook aanwezig op Deaf in the Picture, toen werd zijn film Dis?ABLE vertoond. Vier jaar terug vertoonde het festival zijn film Coming Out, over een jongeman die voorzichtig tegenover zijn moeder probeert op te biechten dat hij doof is. Dit jaar is hij met drie korte films van de partij: Coming Home, Departure Lounge en Fairytale of London Town.

    Zijn succes heeft hij onder andere te danken aan het bestaan van de British Sign Language Broadcasting Trust (BSLBT), in 2008 opgericht om het percentage programma’s-in-gebarentaal op de Britse tv-zenders op te krikken.

  • OPINIE | Deaf Panel over de 4de festivaldag

    OPINIE | Deaf Panel over de 4de festivaldag

    Iedere dag bevragen we een aantal bezoekers. We vragen hen naar hun ervaringen op Deaf in the Picture. Vandaag drie bezoekers over de laatste festivaldag.

    Naam: Dirk Kerkhoven (66)
    Beroep:
    Bouwkundig tekenaar (nu gepensioneerd)
    Woonplaats:
    Amsterdam
    “Ik heb het festival iedere dag bezocht en heb heel veel mooie films gezien. Er is één film die er voor mij uit sprong maar helaas weet ik de naam niet meer. Die film ging over twee horenden die spelen dat ze doof zijn, het is levensecht gedaan. Dit is de tweede keer dat ik op Deaf in the Picture ben, een fantastisch initiatief. Op deze manier kan iedereen zien dat dove mensen ongelooflijk veel kunnen. Ze kunnen films maken, acteren, produceren. Ze kunnen net zoveel als horenden, eigenlijk alles, behalve viool spelen dan.”

    Naam: Babs Alvares (43)
    Beroep:
    Pedagogisch medewerker
    Woonplaats:
    Amsterdam
    “Ik heb vandaag de film Gerald gezien. Ik vond het wennen om naar een film te kijken zonder geluid. In het begin vond ik het een beetje slaapverwekkend maar dat veranderde gelukkig vrij snel en het einde was heel erg verrassend, ook dat maakte een hoop goed. Dit was de eerste geluidloze film die ik heb gezien in mijn leven, ik ben ook nooit eerder op dit festival geweest. Een bijzondere ervaring, de sfeer is er erg goed.”

    Naam: John van Gelder (65)
    Beroep:
    Acteur / artistiek leider
    Woonplaats:
    Amsterdam
    “De film die me het meeste raakte op Deaf in the Picture was Love in Another Language. Dat is een Turkse film, dat vond ik erg bijzonder want ik heb nooit eerder een film uit Turkije gezien. Het verraste me hoe open minded de mensen waren en ik zag Turkije op een andere manier. Istanboel is een heel liberale stad. Zaterdagavond heb ik Wild Dogs gezien, een film die gedraaid is in Amsterdam, over vier jonge jongens die in cocaïne handelen. Ik vond Wild Dogs een beetje oppervlakkig maar wel heel goed gemaakt. Ik hoop dat die jongens doorgaan met filmmaken.”

    Lees hieronder de eerdere afleveringen van Deaf Panel

    Iedere dag bevragen we een aantal bezoekers. We vragen hen naar hun ervaringen op Deaf in the Picture. Vandaag drie mannelijke filmmakers over de derde festivaldag.

    Naam: Louis Neethling (39)
    Beroep: Filmmaker
    Woonplaats: Londen
    “Ik heb genoten van Wild Dogs, een film van Hollandse bodem. Je merkt dat de film door een stel enthousiaste jonge mensen is gemaakt, de film draagt energie uit. Ik vind het zo grappig dat die jonge acteurs zich zo volwassen voordoen. Wat ik wel jammer vond was dat de tolk pas zo laat in beeld kwam, was leuk geweest als deze wat eerder geïntroduceerd werd. Je ziet dat het een debuutfilm is die met weinig geld gemaakt is, de film is niet zo gepolijst. Maar wel sterk hoor. Mijn eerste film, die ik in 1994 maakte, was niet erg sterk, die film hoef ik niet terug te zien. Nou ja, misschien ooit, mocht er een retrospectief komen van mijn werk. Maar het niveau van de films op dit festival is erg vooruit gegaan, ik heb ook de eerste editie bijgewoond in 2003 en het verschil is echt enorm.”

    Naam: Max Vonk (23)
    Beroep: Student Filmacademie
    Woonplaats: Amsterdam
    “Tijdens de studiemiddag over parallellen tussen de geschiedenissen van film en gebarentaal werd de film Stervende taal vertoond, een historisch document over het verdwijnen van de gebarentaal, gemaakt in de tijd dat doven alleen met oralisme werden opgevoed. Ik was erg geëmotioneerd door de film, want het is heel herkenbaar. Ik zat op een katholieke school in Hoensbroek, waar alleen oraal werd lesgegeven. Op het schoolplein maakten we wel primitieve gebaren, en mijn moeder ontwikkelde een eigen gebarentaal voor me, maar pas een jaar geleden, toen ik naar Amsterdam verhuisde, ben ik echt gebarentaal gaan leren. Het doet pijn om te zien hoe lang doven zijn onderdrukt, maar tegelijkertijd is het mooi te beseffen hoeveel er – gelukkig – is veranderd.”

    Naam: Daniele Le Rose (35)
    Beroep: Filmmaker / producent
    Woonplaats: Wenen
    “Dit is mijn derde keer op dit festival. Ik ben dol op filmfestivals, als filmmaker is zo’n festival een fijne plek om mensen te ontmoeten. Jammer vind ik dat er zo weinig kritiek geleverd wordt op dovenfilms, wat meer kritiek zou onze films goed doen, daar zouden ze sterker van worden. Vandaag heb ik drie films gezien, waaronder 50/50, een zeer ironische komedie, erg interessant. Ook heel anders dan de stijl van de films die ik zelf maak. Mijn eigen films zijn een stuk abstracter en meer psychologisch.”

    Iedere dag bevragen we een aantal bezoekers. We vragen hen naar hun ervaringen op Deaf in the Picture. Vandaag drie vrouwelijke twintigers over de tweede festivaldag.

    Naam: Pien van Dis (23)
    Beroep: Grafisch vormgeefster
    “Ik ben hier voor het eerst en had niet echt verwachtingen, anders dan dat er veel dove films te zien zouden zijn. Vandaag heb ik geen film gezien omdat ik druk was met de Film Sign Show hier in de foyer. Voices from El-Sayed draaide wel vandaag zag ik, maar die had ik al gezien. Echt een prachtige film over een Israëlische tolk in een bedoeïenen dorpje, die zowel met doven als met horenden een zeer bijzondere band heeft.”

    Naam: Marte Bol Raap (26)
    Beroep: Student
    “Ik was bij de studiemiddag vandaag, die ging over doven film-esthetiek en of dat eigenlijk wel bestaat. Ik vind het interessant om erachter te komen hoe horenden naar dovenfilm kijken. Ik denk niet dat horende mensen per se geluid nodig hebben, ook zonder geluid kan dovenfilm interessant zijn voor hen, als ze maar genoeg prikkels krijgen.”

    Naam: Marie Demmer (24)
    Beroep: Tolk gebarentaal
    “Ik heb net 4 films gezien maar snapte er maar 2. Ik begreep niet waar de maker van The Door en van 12? heen wilde. Dat komt niet omdat ik horend ben want ik ken de gebarentaal. Bookmark sprak me het meest aan, ik begreep wat de regisseuse bedoelde, dat miste ik bij de rest. Ik vond het grappig dat de vier vrouwen in de film allemaal op een mooie visuele manier duidelijk konden maken hoe ze over hun minnaar dachten.”

    Donderdagavond vond de opening van Deaf in the Picture plaats. We vroegen vier bezoekers naar hun favoriete (openings)film.

    Naam: Niels Fermont (34) en Niels Popkema (35)
    Woonplaats: Weesp / Amsterdam
    Beroep: Sociaal psychiatrisch verpleegkundige / illustrator

    Niels F:The Deaf Man is me het meest bijgebleven, de film is mooi neergezet en de interactie tussen de acteur en de cameraman is bijzonder. In eerste instantie leek de acteur een karikatuur van een dove maar later bleek het een karikatuur van een horende te zijn, juist horenden worden belachelijk gemaakt. En toen ineens besefte ik me dat ik in een zaal vol doven zat, dat was best gek.”
    Niels P: “Het is een bijzondere ervaring om in een zaal vol dove mensen te zitten, er leek een ander sfeertje te hangen dan ik gewend ben van een bioscoop. Ineens ben je in de minderheid. Zouden dove mensen zich ook in de minderheid voelen in een bioscoopzaal? Dat vraag ik me wel af.”

    Naam: Simone Marsé (29)
    Woonplaats: Tilburg
    Beroep: Medewerker administratie

    “Ik vond de laatste film, Fairytale of London Town, het grappigst en ook het meest herkenbaar. Dat kwam omdat de man in de film continue liet blijken dat zijn vrouw niets kon en zei dat ze nergens goed in was. Naar mijn mening totale onzin. Mijn ouders zijn heel beschermend, ze willen me vaak helpen omdat ze denken dat ik dingen niet zelf kan. Daarom herkende ik mezelf er zo in.”

    Naam: Tim de Graaf (43)
    Woonplaats: Amsterdam
    Beroep: Filmmaker/kunstenaar

    “De eerste film, The Deaf Man, was een bijzondere harde vertelling van de werkelijkheid, de tweede film, Deafness, vond ik knap door zijn eenvoud. Die film was heel simpel en bestond maar uit 1 take. Hands Solo was heel humoristisch, makkelijk en inspiratievol. De vierde film, Fairytales of London Town, vond ik de beste van de avond, die film klopte gewoon helemaal. Het was een leuk verhaal, zag er mooi uit en er werd goed geacteerd. Die film moet wel van een professionele filmmaker geweest zijn.”

  • FOTO’S | De laatste dag in beeld

    FOTO’S | De laatste dag in beeld

    Deaf in the Picture dag 4 – 26 juni 2011
    [nggallery id=9]

     

    Deaf in the Picture dag 3 – 25 juni 2011
    [nggallery id=8]

     

    Deaf in the Picture dag 2 – 24 juni 2011
    [nggallery id=7]

     

    Deaf in the Picture openingsavond – 23 juni 2011
    [nggallery id=10]

  • Ketelhuis barmedewerkers leren gebarentaal

    Ketelhuis barmedewerkers leren gebarentaal

    De Ketelhuis barmedewerkers kregen voorafgaand aan Deaf in the Picture een spoedcursus gebarentaal om de festivalbezoekers zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn. Kika Booy van onze Redactie was erbij en maakte er een 2 minuten filmpje van.

    Gebarentaal in Het Ketelhuis op Vimeo.

  • Deaf for Dummies

    Tijdens Deaf in the Picture vind je hier elke festivaldag een ander misverstand over doven, en waarom dat niet klopt. Deze laatste keer: doven kunnen niet telefoneren.

    De telefoon werd uitgevonden toen professor Alexander Bell, wie kent hem niet, voor zijn dove studenten een toestel wilde maken dat zowel de menselijke stembanden als het oor kon nabootsen. En het toetsenbord, dat was een uitvinding bedoeld voor blinden. Anno 2011 sms-en, Skypen, chatten en pingen we ons een slag in de rondte. In communicatie over afstand wordt geluid steeds minder belangrijk en voeren beeld en tekst de boventoon. Waarom zouden doven elkaar dan niet kunnen bellen? Dat doen ze, zelfs al voor de komst van internet. Want ruim veertig jaar is er de teksttelefoon, ook wel Real Time Text (RTT) genoemd. Eerst in de vorm van een houten doos met een regel tekst en een toetsenbord, inmiddels een applicatie op de Blackberry.

    Het voordeel van RTT is dat het, anders dan bij sms-en of chatten, teken per teken werkt en er dus een ‘echt’ gesprek kan worden gevoerd. Nog directer is de communicatie natuurlijk via video. Daar lenen chatprogramma’s en Skype in combinatie met een webcam zich prima voor, vooral nu de beeldkwaliteit van webcams verbetert. En sinds kort is er FaceTime, een applicatie voor videogesprekken voor de iPhone 4, iPad 2 en Mac.

    Nu de wereld steeds vaker tekst en beeld inzet voor (telefonisch) contact, zijn steeds meer bedrijven bereikbaar voor doven. Niet alleen 112 en sommige huisartsposten zijn bereikbaar via teksttelefoon, zelfs taxibedrijf Van Rooij uit Den Bosch biedt de dienst. Inwoners van Zoetermeer kunnen sinds deze maand bij wijze van proef videobellen met ambtenaren. En deze zomer wordt NL Alert ingevoerd, dat bij rampen (dove) burgers waarschuwt via een tekstbericht op hun mobiele telefoon.

    [illustratie: dhr. Dovemans hoort het niet]

    Lees hieronder de eerdere afleveringen van Deaf for Dummies.

    Doven zijn dom

    Doven kunnen niet telefoneren? Moet jij maar eens opletten. Tijdens Deaf in the Picture vind je hier elke festivaldag een ander belachelijk misverstand over doven, en waarom dat niet klopt. Deze keer: doven zijn dom.

    Doven anno 2011 kunnen worden wat ze willen: wiskundige, politicus, you name it. Dovenscholen bieden vrijwel alle vormen van voortgezet onderwijs aan – Guyot in Haren ook vwo – en zijn tweetalig: doven leren gebaren en krijgen intensieve logopedische begeleiding om gesproken taal te beheersen.

    Het was niet altijd zo best geregeld. De denigrerende term ‘doofstom’, nu gelukkig een uitstervend begrip, werd eeuwenlang gebruikt voor mensen die niet horen en spreken. Aristoteles schreef over doof geboren mensen dat ze niet konden denken, aangezien ze geen taal hadden. En nog in 1951 gebruikte J.D. Salinger de term ‘doofstom’ in zijn roman The Catcher in the Rye om iemand te omschrijven die nooit zijn mening uit of meningen van anderen wil horen, en zo geïsoleerd raakt van de wereld.

    De weg naar verbetering werd geplaveid door Charles Michel de l’Epée, die in 1760 in Parijs het Institut National de Jeunes Sourds startte. Dat inspireerde predikant Henri Daniel Guyot om in 1790 in Groningen te beginnen met dovenonderwijs. In de loop van de 19e eeuw volgden meer dovenscholen en nu kunnen doven vrijwel alle vormen van voortgezet onderwijs volgen om daarna door te stromen naar hoger onderwijs. Naar de dovenuniversiteit Gallaudet in Washington DC, bijvoorbeeld. Of naar reguliere opleidingen, want door de opkomst van hbo-opleidingen tot tolk en docent gebarentaal, zijn er steeds meer tolken ter beschikking en beheersen sommige docenten op reguliere opleidingen gebarentaal. Studeren is dus geen probleem meer voor doven, dom zijn ze niet vaker dan horenden. En in ieder geval kunnen doven in stilte blokken.

    [illustratie: dhr. Dovemans heeft geen last van concentratieproblemen]

    Doven kunnen niet dansen

    Doven kunnen niet telefoneren? Moet jij maar eens opletten. Tijdens Deaf in the Picture vind je hier elke festivaldag een ander misverstand over doven, en waarom dat niet klopt. Deze keer: doven kunnen niet dansen.

    Ook al behoort geluid niet of nauwelijks tot de belevingswereld van doven, muziek is er wel degelijk onderdeel van. Ritme kun je namelijk niet alleen horen, ook voelen. Alleen al door je hand boven je bierflesje te houden voel je trillingen die de lage tonen in muziek teweegbrengen, zoals de beat van techno of de contrabas tijdens een klassiek concert.

    En, muziek kun je zíen. Bij een Deaf Metal concert, dat vorig jaar voor het eerst plaatsvond in Arnhem, worden songteksten vertaald door een driftig gebarende tolk. YouTube biedt ook veel, zoals deze Marilyn Manson voor doven. De Australische zangeres Sia beeldt in de videoclip van Soon We’ll Be Found tekst en melodie uit met gebaren, mimiek, dans en wonderlijk schaduwspel, zodat ook een dove de muziek begrijpt en voelt.

    Moet je het met een zintuig minder doen, dan betekent dat vaak dat andere zintuigen sterk ontwikkeld zijn. Daarom worden op de feesten van Sencity ‘doofies’ van Berlijn tot Rotterdam naar de trillende dansvloer gelokt met acts als Giovanca en The Flexican, signdancers, aromajockeys, mood-food, trilvesten, videoprojecties, lichteffecten, masseurs en kinky kappers.

    [illustratie: dhr. Dovemans voelt de beat]

    Gebarentaal is overal hetzelfde

    Doven kunnen niet telefoneren? Moet jij maar eens opletten. Tijdens Deaf in the Picture vind je hier elke festivaldag een ander misverstand over doven, en waarom dat niet klopt. Deze keer: gebarentaal is overal hetzelfde.

    In plat Rotterdams een watertje bestellen? Maak met beide handen een golfbeweging en het komt goed. In Groningen daarentegen kun je beter met een vinger tegen je wang draaien. Ja, gebarentalen verschillen per land en soms zelfs per stad. Want waar mensen bij elkaar komen, willen mensen met elkaar communiceren en zo ontstaat een taal.

    Gebarentalen zijn vooral tot stand gekomen rond dovenscholen, in geïsoleerde dorpen waar doofheid voorkomt en in situaties waarbij horenden langdurig niet spreken. De internationale index van talen onderscheidt 121 gebarentalen van dovengemeenschappen en drie van horende gemeenschappen. Hoewel de grammatica’s van alle gebarentalen niet ontzettend verschillen, kan toch taalverwarring ontstaan. Zo worden in het Amerikaans gebaren die naar mannen verwijzen vaak bovenaan het gezicht gemaakt, en gebaren die naar vrouwen verwijzen aan de onderkant. De Nederlandse Gebarentaal heeft zo’n onderscheid niet.

    Binnen een gebarentaal ontstaan ook dialecten. Alleen in Nederland zijn er al vijf te onderscheiden, ontstaan rond de vestigingsplaatsen van de eerste doveninstituten. En dan kunnen lokale gebruiken nog zorgen voor taalverwarring. Gaat een Amsterdammer verhuizen, dan maakt hij een ophijsend gebaar dat verwijst naar het gebruik van een katrol. Brabantse doven, die zelden 3 hoog wonen, zullen geen idee hebben waar het over gaat.

     

    Doven hebben een communicatieprobleem

    Doven kunnen niet telefoneren? Moet jij maar eens opletten. Tijdens Deaf in the Picture vind je hier elke festivaldag een ander misverstand over doven, en waarom dat niet klopt. Deze keer: doven hebben een communicatieprobleem.

    Als het gaat om communiceren, is niemand zo bevoordeeld als een dove. Gebarentaal overstemt lawaai in de kroeg, gaat door een raam en overbrugt een snelweg. Omdat een dove heel visueel is ingesteld, ontwikkelt hij ook een sterk ruimtelijk inzicht. Want bij gebarentaalgebruikers kraakt niet alleen de linkerhersenpan, ook de rechterhersenhelft – en daarmee onderscheiden ze zich van andere taalgebruikers – gaat aan de slag als gebarentaal wordt gebruikt.

    In gebarentaal kun je het over alles hebben, concrete en abstracte zaken. Omdat lidwoorden en werkwoordsvervoegingen uit de gesproken taal achterwege blijven, is een punt vaak snel gemaakt. Met lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen is het overbrengen van emoties ook geen probleem. Niet voor niets ontstond er een decennium geleden in de VS de trend om horende baby’s gebarentaal te leren; via gebaren komt de communicatie tussen ouder en kind eerder op gang.

    Volstaan gebarentaal en spraakafzien niet, dan zijn er gebaarsystemen gebaseerd op gesproken taal. Naast vingerspellen kunnen voor laat-doven en slechthorenden klanken van letters worden uitgebeeld met het fonetische ‘mond-handsysteem’ of ‘cued speech’. Te maken met een slecht articulerende horende die maar wat met de handen wappert, dan is er natuurlijk de tolk – of pen en papier. Wie had het over een communicatieprobleem?

    [illustratie: dhr. Dovemans legt hogere wiskunde uit]