Tijdens Deaf in the Picture vind je hier elke festivaldag een ander misverstand over doven, en waarom dat niet klopt. Deze laatste keer: doven kunnen niet telefoneren.
De telefoon werd uitgevonden toen professor Alexander Bell, wie kent hem niet, voor zijn dove studenten een toestel wilde maken dat zowel de menselijke stembanden als het oor kon nabootsen. En het toetsenbord, dat was een uitvinding bedoeld voor blinden. Anno 2011 sms-en, Skypen, chatten en pingen we ons een slag in de rondte. In communicatie over afstand wordt geluid steeds minder belangrijk en voeren beeld en tekst de boventoon. Waarom zouden doven elkaar dan niet kunnen bellen? Dat doen ze, zelfs al voor de komst van internet. Want ruim veertig jaar is er de teksttelefoon, ook wel Real Time Text (RTT) genoemd. Eerst in de vorm van een houten doos met een regel tekst en een toetsenbord, inmiddels een applicatie op de Blackberry.
Het voordeel van RTT is dat het, anders dan bij sms-en of chatten, teken per teken werkt en er dus een ‘echt’ gesprek kan worden gevoerd. Nog directer is de communicatie natuurlijk via video. Daar lenen chatprogramma’s en Skype in combinatie met een webcam zich prima voor, vooral nu de beeldkwaliteit van webcams verbetert. En sinds kort is er FaceTime, een applicatie voor videogesprekken voor de iPhone 4, iPad 2 en Mac.
Nu de wereld steeds vaker tekst en beeld inzet voor (telefonisch) contact, zijn steeds meer bedrijven bereikbaar voor doven. Niet alleen 112 en sommige huisartsposten zijn bereikbaar via teksttelefoon, zelfs taxibedrijf Van Rooij uit Den Bosch biedt de dienst. Inwoners van Zoetermeer kunnen sinds deze maand bij wijze van proef videobellen met ambtenaren. En deze zomer wordt NL Alert ingevoerd, dat bij rampen (dove) burgers waarschuwt via een tekstbericht op hun mobiele telefoon.
[illustratie: dhr. Dovemans hoort het niet]
Lees hieronder de eerdere afleveringen van Deaf for Dummies.
Doven zijn dom
Doven kunnen niet telefoneren? Moet jij maar eens opletten. Tijdens Deaf in the Picture vind je hier elke festivaldag een ander belachelijk misverstand over doven, en waarom dat niet klopt. Deze keer: doven zijn dom.
Doven anno 2011 kunnen worden wat ze willen: wiskundige, politicus, you name it. Dovenscholen bieden vrijwel alle vormen van voortgezet onderwijs aan – Guyot in Haren ook vwo – en zijn tweetalig: doven leren gebaren en krijgen intensieve logopedische begeleiding om gesproken taal te beheersen.
Het was niet altijd zo best geregeld. De denigrerende term ‘doofstom’, nu gelukkig een uitstervend begrip, werd eeuwenlang gebruikt voor mensen die niet horen en spreken. Aristoteles schreef over doof geboren mensen dat ze niet konden denken, aangezien ze geen taal hadden. En nog in 1951 gebruikte J.D. Salinger de term ‘doofstom’ in zijn roman The Catcher in the Rye om iemand te omschrijven die nooit zijn mening uit of meningen van anderen wil horen, en zo geïsoleerd raakt van de wereld.
De weg naar verbetering werd geplaveid door Charles Michel de l’Epée, die in 1760 in Parijs het Institut National de Jeunes Sourds startte. Dat inspireerde predikant Henri Daniel Guyot om in 1790 in Groningen te beginnen met dovenonderwijs. In de loop van de 19e eeuw volgden meer dovenscholen en nu kunnen doven vrijwel alle vormen van voortgezet onderwijs volgen om daarna door te stromen naar hoger onderwijs. Naar de dovenuniversiteit Gallaudet in Washington DC, bijvoorbeeld. Of naar reguliere opleidingen, want door de opkomst van hbo-opleidingen tot tolk en docent gebarentaal, zijn er steeds meer tolken ter beschikking en beheersen sommige docenten op reguliere opleidingen gebarentaal. Studeren is dus geen probleem meer voor doven, dom zijn ze niet vaker dan horenden. En in ieder geval kunnen doven in stilte blokken.
[illustratie: dhr. Dovemans heeft geen last van concentratieproblemen]
Doven kunnen niet dansen
Doven kunnen niet telefoneren? Moet jij maar eens opletten. Tijdens Deaf in the Picture vind je hier elke festivaldag een ander misverstand over doven, en waarom dat niet klopt. Deze keer: doven kunnen niet dansen.
Ook al behoort geluid niet of nauwelijks tot de belevingswereld van doven, muziek is er wel degelijk onderdeel van. Ritme kun je namelijk niet alleen horen, ook voelen. Alleen al door je hand boven je bierflesje te houden voel je trillingen die de lage tonen in muziek teweegbrengen, zoals de beat van techno of de contrabas tijdens een klassiek concert.
En, muziek kun je zíen. Bij een Deaf Metal concert, dat vorig jaar voor het eerst plaatsvond in Arnhem, worden songteksten vertaald door een driftig gebarende tolk. YouTube biedt ook veel, zoals deze Marilyn Manson voor doven. De Australische zangeres Sia beeldt in de videoclip van Soon We’ll Be Found tekst en melodie uit met gebaren, mimiek, dans en wonderlijk schaduwspel, zodat ook een dove de muziek begrijpt en voelt.
Moet je het met een zintuig minder doen, dan betekent dat vaak dat andere zintuigen sterk ontwikkeld zijn. Daarom worden op de feesten van Sencity ‘doofies’ van Berlijn tot Rotterdam naar de trillende dansvloer gelokt met acts als Giovanca en The Flexican, signdancers, aromajockeys, mood-food, trilvesten, videoprojecties, lichteffecten, masseurs en kinky kappers.
[illustratie: dhr. Dovemans voelt de beat]
Gebarentaal is overal hetzelfde
Doven kunnen niet telefoneren? Moet jij maar eens opletten. Tijdens Deaf in the Picture vind je hier elke festivaldag een ander misverstand over doven, en waarom dat niet klopt. Deze keer: gebarentaal is overal hetzelfde.
In plat Rotterdams een watertje bestellen? Maak met beide handen een golfbeweging en het komt goed. In Groningen daarentegen kun je beter met een vinger tegen je wang draaien. Ja, gebarentalen verschillen per land en soms zelfs per stad. Want waar mensen bij elkaar komen, willen mensen met elkaar communiceren en zo ontstaat een taal.
Gebarentalen zijn vooral tot stand gekomen rond dovenscholen, in geïsoleerde dorpen waar doofheid voorkomt en in situaties waarbij horenden langdurig niet spreken. De internationale index van talen onderscheidt 121 gebarentalen van dovengemeenschappen en drie van horende gemeenschappen. Hoewel de grammatica’s van alle gebarentalen niet ontzettend verschillen, kan toch taalverwarring ontstaan. Zo worden in het Amerikaans gebaren die naar mannen verwijzen vaak bovenaan het gezicht gemaakt, en gebaren die naar vrouwen verwijzen aan de onderkant. De Nederlandse Gebarentaal heeft zo’n onderscheid niet.
Binnen een gebarentaal ontstaan ook dialecten. Alleen in Nederland zijn er al vijf te onderscheiden, ontstaan rond de vestigingsplaatsen van de eerste doveninstituten. En dan kunnen lokale gebruiken nog zorgen voor taalverwarring. Gaat een Amsterdammer verhuizen, dan maakt hij een ophijsend gebaar dat verwijst naar het gebruik van een katrol. Brabantse doven, die zelden 3 hoog wonen, zullen geen idee hebben waar het over gaat.
Doven hebben een communicatieprobleem
Doven kunnen niet telefoneren? Moet jij maar eens opletten. Tijdens Deaf in the Picture vind je hier elke festivaldag een ander misverstand over doven, en waarom dat niet klopt. Deze keer: doven hebben een communicatieprobleem.
Als het gaat om communiceren, is niemand zo bevoordeeld als een dove. Gebarentaal overstemt lawaai in de kroeg, gaat door een raam en overbrugt een snelweg. Omdat een dove heel visueel is ingesteld, ontwikkelt hij ook een sterk ruimtelijk inzicht. Want bij gebarentaalgebruikers kraakt niet alleen de linkerhersenpan, ook de rechterhersenhelft – en daarmee onderscheiden ze zich van andere taalgebruikers – gaat aan de slag als gebarentaal wordt gebruikt.
In gebarentaal kun je het over alles hebben, concrete en abstracte zaken. Omdat lidwoorden en werkwoordsvervoegingen uit de gesproken taal achterwege blijven, is een punt vaak snel gemaakt. Met lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen is het overbrengen van emoties ook geen probleem. Niet voor niets ontstond er een decennium geleden in de VS de trend om horende baby’s gebarentaal te leren; via gebaren komt de communicatie tussen ouder en kind eerder op gang.
Volstaan gebarentaal en spraakafzien niet, dan zijn er gebaarsystemen gebaseerd op gesproken taal. Naast vingerspellen kunnen voor laat-doven en slechthorenden klanken van letters worden uitgebeeld met het fonetische ‘mond-handsysteem’ of ‘cued speech’. Te maken met een slecht articulerende horende die maar wat met de handen wappert, dan is er natuurlijk de tolk – of pen en papier. Wie had het over een communicatieprobleem?
[illustratie: dhr. Dovemans legt hogere wiskunde uit]



