In de studiemiddag op zaterdag 25 juni sprak Tony Bloem, programmeur van Deaf in the Picture, over parallellen in de geschiedenissen van film en gebarentalen.
van onze Redactie
Sinds de emancipatie van doven zijn veel parallellen te herkennen tussen gebarentalen en filmtalen. Kort nadat bij de omstreden Resolutie van Milaan in 1880 gebarentaal was verboden en het oralisme verplicht, werd in Parijs de film uitgevonden door de gebroeders Lumière. Nog geen twee decennia later bleek het medium een perfect protestmiddel voor de onderdrukte dovenwereld.
Politiek filmpamflet
In 1913 kwamen Amerikaanse dovenorganisaties in opstand tegen het oralisme dat hen sinds 1880 was opgelegd. Ze zamelden geld in, kochten een camera en maakten de korte film The Preservation of Sign Language, een filmpamflet dat zich afzet tegen de Resolutie van Milaan. In een bevlogen toespraak zegt George W. Veditz, de voorzitter van de Amerikaanse Dovenassociatie, geparafraseerd: ‘Dove vrienden, we weten dat l’Épee inmiddels is overleden en begraven in Marseille. Hij heeft goed werk verricht voor doven, en we hopen dat jullie hem allemaal met respect herdenken. En kijk nu eens naar de valse profeten van het oralisme die gebarentaal willen verbieden. We moeten in opstand komen en gebarentaal koesteren. Dan kunnen dove mensen sterk worden en zich verenigen. Gebarentaal is een gift van God aan de dove mens.’ Vanwege het vooruitstrevende gebruik van het medium film en de historische betekenis die de film later kreeg, werd Preservation of Sign Language vorig jaar opgenomen in het filmregister van de nationale bibliotheek van de Verenigde Staten.
Film als museumstuk
Wat verder in de tijd, naar 1900. Het oralisme viert hoogtij, in Nederland vooral bij het katholieke doveninstituut in het Brabantse St. Michielsgestel. Halverwege de 20e eeuw, toen alleen de oudste generatie nog gebarentaal gebruikte, kwam ineen het besef: straks is deze taal helemaal verdwenen. Er werd besloten om gebarentaal te preserveren door er een film over te
maken. In diezelfde periode kwam een nieuwe filmstroming op: de Hollandse Documentaire School, met regisseurs als Bert Haanstra (Glas, 1958) en Herman Horst (Prijs de zee, 1959). Binnen dat genre past ook Stervende taal (1955) van Wim van der Velde, waarin drie ouderen gebarentaal uitleggen nadat een statische voice-over, hoe ironisch, het belang ervan benadrukt: ‘Als we moeten leven in deze wereld, zonder stem, zonder muziek, zonder lawaai, hoe kunnen we er dan aan deelnemen? Als de stilte die gewone wereld voor ons afsluit, als we nooit een woord of klank hebben gehoord, hoe kunnen we ons dan verstaanbaar maken? Ook dan komt het gebaar te hulp om het isolement te doorbreken.’
Nooit vergeten
Anno 2011 kunnen we gelukkig constateren dat veel in positieve zin is veranderd voor de dovengemeenschap. Gebarentalen floreren en er zijn dovenfilmfestivals over de hele wereld. Maar omdat we nooit mogen vergeten dat daar hard voor is gevochten, is een archief ingericht met voorlichtingsfilmpjes over dovenonderwijs van vroeger: www.openbeeld.nl.
